1940
-
-
-
-
1941
-
-
-
-
1942
-
-
-
-
1943
-
-
-
-
1944
-
-
-
-
1945
-
-
-
-
> 1945
-
-
-
-

B. Jodenvervolging

1942-1944

Mathilde Rebecka (Rabekka Mathilde) Ida Sara Neufeld-Wallach

 

Mathilde Rebecka Neufeld-Wallach vestigde zich op 38-jarige leeftijd op 12 september 1933 in Nijmegen, komende vanuit Kopenhagen. Zij was operazangeres geweest in Düsseldorf en aldaar eerder gehuwd met en gescheiden van Karl Ewald Neuhaus. Toen zij als jodin voor de nazi's gevlucht was uit Duitsland, trachtte zij als zanglerares/zangpedagoge een bestaan op te bouwen in Nijmegen onder de naam Isa Neuhaus of Isabella Neuhaus-Wallach. Een van haar eerste leerlingen was de sopraan Erna Spoorenberg op 14-jarige leeftijd. Op 4 januari 1940 meldde de Provinciale Geldersche en Nijmeegse Courant dat Isabella Neuhaus-Wallach per 1 jan. 1940 benoemd was tot lerares aan de Muziekschool der Maatschappij ter bevordering der Toonkunst (in Nijmegen van 1894 tot 1981) gevestigd in de van Welderenstraat 119. Zij was geschoold op het conservatorium in Düsseldorf onder dr. Fröhlich, waar zij eerst leerlinge en daarna lerares was. Ook studeerde zij in Keulen onder leiding van Pilken, die een leerling was van Johannes Messchaert, "onzen grooten meesterzanger". Als soliste  trad zij in verschillende concerten op, o.a. met het Filharmonisch orkest te Berlijn. Moeder Mathilde Kahn bleef in Theresienstadt en overleefde zo de oorlog.
 
Mathilde woonde in eerste instantie met haar ouders (zie elders op deze site Samuel Wallach) in de Hugo de Grootstraat 15. Later ging ze met haar tweede echtgenoot Moritz Neufeld wonen in het klooster Sancta Maria in de Breedestraat 168. Bij de razzia van 2 augustus 1942 waarbij 245 katholieke Joden werden opgepakt zouden ook Mathilde en haar man Moritz zijn gearresteerd.  Op 4 augustus werden zij van Amersfoort naar Westerbork  gebracht. Mathilde en Moritz zouden relatief lang in Westerbork blijven. Op 18 maart 1944 werden zij naar Theresienstadt gedeporteerd, waar zij bijna drie maanden verbleven. Op 16 mei 1944 werd het echtpaar met de trein naar Auschwitz vervoerd. Mathilde wordt er vermoord op 4 november 1944.  Moritz komt zeer vermoedelijk om tijdens een van de vele dodenmarsen in 1945. Als sterfdatum wordt 28 februari 1945 aangehouden. 
 
Moritz Herbert Eugen Neufeld (*Berlijn 12-11-1902) was haar tweede echtgenoot; hun huwelijk werd gesloten te Nijmegen op 24-12-1941. zie elders op deze site. 

Karl Ewald Neuhaus (eerste huwelijk met Mathilde Wallach) is geboren 07-11-1906 te Düsseldorf, huwelijk 16-09-1920 (?) te Düsseldorf, scheiding 17-01-1934 eveneens te Düsseldorf. Over hem is weinig bekend.

Bronnen: Yad Vashem, genealogie online, Joods monument ; e-mails Fred Berendse 10 en 14 aug 2016; e-mail H.Termeer 14 aug.2016; www.401dutchdivas.nl ; e-mails Fred Berendse 10,14 en 21 aug. 2016 (met o.a. info uit de PGNC) www.oorloginnijmegen.nl : onderdeel "Katholieke Joden"; 

 

Persoongegevens

Overlijdensgegevens

Naam:
M.R.I.S. Neufeld-Wallach
Voornamen:
Mathilde Rebecka (Rabekka Mathilde) Ida Sara
Roepnaam:
Geslacht:
Vrouw
Nationaliteit:
Statenloos
Geloof:
Nederlands-Israelitisch
Beroep:
zangeres en muziekdocente
Burgerlijke staat:
gehuwd
Adres:
Bredestraat 168/ Hugo de Grootstraat 15
Woonplaats:
Nijmegen
 
Geboortedatum:
07-11-1895
Geboortedatum toevoeging:
Geboorteplaats:
Düsseldorf (D)
Datum:
04-11-1944
Datum toevoeging:
Leeftijd:
48 jaar

Plaats:
Auschwitz (P)
Locatie:
Auschwitz (P)
Begraafplaats:
Omstandigheid:
vergast/vermoord
 
Categorie:
Burgers: Joden
Dossiernummer:

01 Vervolgingsslachtoffers

Van juli 1942 tot september 1943 werd er systematische jacht gemaakt op joden. Zij werden gedeporteerd naar Westerbork of Vught en van daaruit tot medio september 1944 merendeels naar de vernietigingskampen. Alleen al op 27 november 1942 werden ca. 90 Nijmeegse joden in Auschwitz vergast. Tussen maart en juli 1943 werden in Sobibor 78 Nijmeegse joden omgebracht. In totaal zijn er meer dan 400 Nijmeegse joden in kampen en gaskamers  vermoord. Er zijn ca. 100 treintransporten gebruikt -- ±70 naar Auschwitz, ±20 naar Sobibor en ±10 naar Theresienstadt of Bergen-Belsen -- om de joden te vernietigen.

 De systematiek in de Vernichtungslager was als volgt: direct na aankomst van elke trein uit Westerbork werden de kinderen met hun moeders - om ze rustig te houden -, de vijftigplussers en de zieken-en-zwakken naar de "doucheruimtes" (lees:gaskamers) gedreven. De overgebleven mannen en vrouwen werden van een kampnummer voorzien en als slavenarbeiders afgebeuld tot de dood erop volgde, al of niet in de gaskamers.

Voor 'begraaflocatie' moet in de meeste gevallen gelezen worden: 'asput in...'  Alle hier vermelde aantallen joden, levend of dood, zijn op serieus onderzoek gebaseerd, maar geen onderzoeker pretendeert in dezen precieze aantallen te kunnen geven. De aantallen zijn naar beste kunnen en weten. Het Vernichtungslager Sobibor is na de gevangenenopstand in oktober 1943 met de grond gelijk gemaakt en zo veel mogelijk bewijsmateriaal over het bestaan van Sobibor is door de SS vernietigd. Auschwitz is bij de nadering van het Russische Rode Leger door de SS vanaf november '44 geleidelijk buiten gebruik gesteld: de gaskamers werden gesloten en opgeblazen, zoveel mogelijk joden werden weg gevoerd en/of vermoord, bewijsmateriaal werd verbrand. In januari '45 trok het Rode Leger het kamp in.

Van 1931 tot 1939 steeg het aantal joodse ingezetenen in Nijmegen van 462 naar 553. Van 544 in 1940 daalde het aantal tot 26 in 1945( gegevens Nat. Bevrijdingsmuseum Groesbeek). Voor de jodenjacht stelde de SS-er Antoine van Dijk, in september 1941 tot commandant benoemd van het Nijmeegse politiekorps, een aparte afdeling in, de "Politieke Dienst" genoemd, die uitsluitend fanatieke NSB-ers en overtuigde Nazi's zou herbergen zoals J.W.(Johannes) van Elferen, Willem Kaal, J.A.(Jacob) de Ruiter, Marinus Verstappen, G.W.(Willem) Wanders en A.H.(Anton) Wiebe. Voor elke gevangen jood kregen ze een premie, variërend van 7 tot 40 gulden. Van Dijk werd door het verzet geliquideerd. Zijn functie werd over genomen door de SS'er Johannes van Aperen. De  jodenjagers zijn na de oorlog voor hun misdaden berecht.

Zie Frank M. Eliëns, Nijmegen tussen bezetting en bevrijding, Zaltbommel 1995, p. 48 -68 ( met namenlijst van de omgebrachte joden en toelichting); Jozeph Michman e.a., Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, Antwerpen-Amsterdam 1985, p. 171-210, 477-482;   H.D. van den Bergh, Onse Joeden: Nijmegen en de geschiedenis van haar joden, Zaltbommel 2002; G.Thuring, Ereveld Vredehof, Groesbeek 2010, p. 36; www.joodsmonument.nl ; Ad van Liempt e.a., Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie, Amsterdam 2011 [zie onder de bovengenoemde namen van de politiemannen]; Brandpunt TV 2 okt. 2011: "De Jodenjagers van Nijmegen"; Guus Luijters en Aline Pennewaard, In Memoriam. De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen, Amsterdam 2012 (met alfabetisch namenregister, onderverdeling in genummerde transporttreinen en foto's van de slachtoffers), aanvullingen en correcties in Addendum, Amsterdam 2012; Lennert Savenije, "In dienst van de Nieuwe Orde? De Nijmeegse gemeentepolitie onder hoofdcommissaris A.J.M. van Dijk(1941-1943)" in: Jaarboek Numaga 2012,p.63-80

Van juli 1942 tot september 1943 werd er systematische jacht gemaakt op joden. Zij werden gedeporteerd naar Westerbork of Vught en van daaruit tot medio september 1944 merendeels naar de vernietigingskampen. Alleen al op 27 november 1942 werden ca. 90 Nijmeegse joden in Auschwitz vergast. Tussen maart en juli 1943 werden in Sobibor 78 Nijmeegse joden omgebracht. In totaal zijn er meer dan 400 Nijmeegse joden in kampen en gaskamers  vermoord. Er zijn ca. 100 treintransporten gebruikt -- ±70 naar Auschwitz, ±20 naar Sobibor en ±10 naar Theresienstadt of Bergen-Belsen -- om de joden te vernietigen.

 De systematiek in de Vernichtungslager was als volgt: direct na aankomst van elke trein uit Westerbork werden de kinderen met hun moeders - om ze rustig te houden -, de vijftigplussers en de zieken-en-zwakken naar de "doucheruimtes" (lees:gaskamers) gedreven. De overgebleven mannen en vrouwen werden van een kampnummer voorzien en als slavenarbeiders afgebeuld tot de dood erop volgde, al of niet in de gaskamers.

Voor 'begraaflocatie' moet in de meeste gevallen gelezen worden: 'asput in...'  Alle hier vermelde aantallen joden, levend of dood, zijn op serieus onderzoek gebaseerd, maar geen onderzoeker pretendeert in dezen precieze aantallen te kunnen geven. De aantallen zijn naar beste kunnen en weten. Het Vernichtungslager Sobibor is na de gevangenenopstand in oktober 1943 met de grond gelijk gemaakt en zo veel mogelijk bewijsmateriaal over het bestaan van Sobibor is door de SS vernietigd. Auschwitz is bij de nadering van het Russische Rode Leger door de SS vanaf november '44 geleidelijk buiten gebruik gesteld: de gaskamers werden gesloten en opgeblazen, zoveel mogelijk joden werden weg gevoerd en/of vermoord, bewijsmateriaal werd verbrand. In januari '45 trok het Rode Leger het kamp in.

Van 1931 tot 1939 steeg het aantal joodse ingezetenen in Nijmegen van 462 naar 553. Van 544 in 1940 daalde het aantal tot 26 in 1945( gegevens Nat. Bevrijdingsmuseum Groesbeek). Voor de jodenjacht stelde de SS-er Antoine van Dijk, in september 1941 tot commandant benoemd van het Nijmeegse politiekorps, een aparte afdeling in, de "Politieke Dienst" genoemd, die uitsluitend fanatieke NSB-ers en overtuigde Nazi's zou herbergen zoals J.W.(Johannes) van Elferen, Willem Kaal, J.A.(Jacob) de Ruiter, Marinus Verstappen, G.W.(Willem) Wanders en A.H.(Anton) Wiebe. Voor elke gevangen jood kregen ze een premie, variërend van 7 tot 40 gulden. Van Dijk werd door het verzet geliquideerd. Zijn functie werd over genomen door de SS'er Johannes van Aperen. De  jodenjagers zijn na de oorlog voor hun misdaden berecht.

Zie Frank M. Eliëns, Nijmegen tussen bezetting en bevrijding, Zaltbommel 1995, p. 48 -68 ( met namenlijst van de omgebrachte joden en toelichting); Jozeph Michman e.a., Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, Antwerpen-Amsterdam 1985, p. 171-210, 477-482;   H.D. van den Bergh, Onse Joeden: Nijmegen en de geschiedenis van haar joden, Zaltbommel 2002; G.Thuring, Ereveld Vredehof, Groesbeek 2010, p. 36; www.joodsmonument.nl ; Ad van Liempt e.a., Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie, Amsterdam 2011 [zie onder de bovengenoemde namen van de politiemannen]; Brandpunt TV 2 okt. 2011: "De Jodenjagers van Nijmegen"; Guus Luijters en Aline Pennewaard, In Memoriam. De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen, Amsterdam 2012 (met alfabetisch namenregister, onderverdeling in genummerde transporttreinen en foto's van de slachtoffers), aanvullingen en correcties in Addendum, Amsterdam 2012; Lennert Savenije, "In dienst van de Nieuwe Orde? De Nijmeegse gemeentepolitie onder hoofdcommissaris A.J.M. van Dijk(1941-1943)" in: Jaarboek Numaga 2012,p.63-80

Lees meer




Voor andere personen bij deze gebeurtenis kies:

01 Vervolgingsslachtoffers

Meer dan een naam dankzij u. Heeft u informatie over of foto’s van personen op deze site, stuur deze dan naar ons via contact.