1940
-
-
-
-
1941
-
-
-
-
1942
-
-
-
-
1943
-
-
-
-
1944
-
-
-
-
1945
-
-
-
-
> 1945
-
-
-
-

Jodenvervolging

1942-1944

Jan Asser

 

 Jan was de zoon van Tobias Michel Karel Asser (Nobelprijs voor de Vrede 1911) en Johanna Ernestina Asser. Jan had twee broers,  Carel Daniel, Hendrik Lodewijk en een zus, Elisabeth Marie Rosa. Zij waren allen al voor de oorlog overleden.
 
Hij vestigde zich op 10-08-1939 te Nijmegen, komende vanuit Florence.  Hij had daar gewerkt als vertaler van werken van Giuseppe Mazzini en Dante Alighieri. In Nijmegen werd hij opgenomen in het sanatorium Berkenoord.  In Florence had hij sinds de zomer van 1938 te maken gehad met anti-semitische wetten.  Joden kregen te maken met ontslag, verwijdering van scholen en universiteiten en in beslagname van hun bezit.  Jan Asser is vermoedelijk in overspannen toestand in Nijmegen aangekomen.   
 
Toen in 1941 de Joden zich moesten melden schreef de directeur van Berkenoord, dokter Wierdsma, dat Asser "onder voortdurende medische leiding wegens zenuwaandoening" stond. *  Iedere Jood moest vóór 9 april 1943 Nijmegen verlaten en zich begeven naar Vught of , als zieke, naar Westerbork. Vermoedelijk was Jan Asser daarvan op de hoogte; hij heeft rond die datum Nijmegen verlaten voor Amsterdam, waar hij in de Retiefstraat 51 verbleef.
 
Hij werd op 09-12-1943 overgebracht naar Westerbork  Van daaruit werd hij getransporteerd naar Theresienstadt (Terezin) in Tsjechië.  Theresienstadt was het concentratiekamp voor o.a. bevoorrechte joden. Waarschijnlijk dankte hij zijn bevoorrechte positie aan zijn begaafdheden. Hij was niet alleen een  begaafde vertaler maar daarnaast speelde hij ook prachtig piano. Hij is nooit getrouwd. Hij kon vermoedelijk door een geestesziekte niet goed voor zichzelf zorgen, aldus www.joodsmonument.nl 
 
Hij overleefde in Terezin de oorlog, maar kort na de bevrijding van het concentratiekamp in april 1945 door het Rode Leger stierf hij er aan de gevolgen van een apoplexia cerebri (een beroerte), aldus het overlijdensregister uit de Evangelische Kerk van de Boheemse Broeders te Litomerice (Tsjechië). Begraafpaats: Nationale begraafplaats Terezin III, 8 -  178 - urn 196 .
 
* Als reactie hierop eiste NSB'er Wilbers een onderzoek naar de afstamming van Jan  Asser. Dokter Wierdsma antwoordde op 21 april 1942 dat hij bij familie had geïnformeerd "Hij heeft vier Joodse voorouders gehad in de zin der verordening, zodat men meent, dat er van twijfel geen sprake is. Verzoek eventuele correspondentie over dit onderwerp te richten aan ondergetekende, daar het voor de patiënt zelve beter is,hier niet in gemoeid te worden". In deze tijd werd ook zijn vermogen in beslag genomen.
 

Bron: PK; www.joodsmonument.nl ; www.ogs.nl; e-mail Rob Essers 12 jan.2012 met overlijdensakte 15 maart 1948 van de Kerk in Litomerice, de akte van overlijden 17 juni 1948 van Nijmegen en personalia; Jewish museum Praag; Oorlogsgravenstichting.  www.oorloginnijmegen.nl  zie Ziekenlijst blz 12 en 13. www.geneologieonline.nl  www.wikitree.com

 

Persoongegevens

Overlijdensgegevens

Naam:
J. Asser
Voornamen:
Jan
Roepnaam:
Geslacht:
Man
Nationaliteit:
Nederlandse
Geloof:
geen
Beroep:
vertaler
Burgerlijke staat:
ongehuwd
Adres:
Graafseweg 296
Woonplaats:
Nijmegen
 
Geboortedatum:
16-04-1882
Geboortedatum toevoeging:
Geboorteplaats:
Amsterdam
Datum:
09-05-1945
Datum toevoeging:
Leeftijd:
63 jaar

Plaats:
Theresiënstadt / Terezin (Tsjechië)
Locatie:
concentratiekamp Theresiënstadt
Begraafplaats:
Theresiënstadt,crematorium Terezin
Omstandigheid:
omgekomen
 
Categorie:
Burgers: Joden
Dossiernummer:

01 Vervolgingsslachtoffers

Van juli 1942 tot september 1943 werd er systematische jacht gemaakt op joden. Zij werden gedeporteerd naar Westerbork of Vught en van daaruit tot medio september 1944 merendeels naar de vernietigingskampen. Alleen al op 27 november 1942 werden ca. 90 Nijmeegse joden in Auschwitz vergast. Tussen maart en juli 1943 werden in Sobibor 78 Nijmeegse joden omgebracht. In totaal zijn er meer dan 400 Nijmeegse joden in kampen en gaskamers  vermoord. Er zijn ca. 100 treintransporten gebruikt -- ±70 naar Auschwitz, ±20 naar Sobibor en ±10 naar Theresienstadt of Bergen-Belsen -- om de joden te vernietigen.

 De systematiek in de Vernichtungslager was als volgt: direct na aankomst van elke trein uit Westerbork werden de kinderen met hun moeders - om ze rustig te houden -, de vijftigplussers en de zieken-en-zwakken naar de "doucheruimtes" (lees:gaskamers) gedreven. De overgebleven mannen en vrouwen werden van een kampnummer voorzien en als slavenarbeiders afgebeuld tot de dood erop volgde, al of niet in de gaskamers.

Voor 'begraaflocatie' moet in de meeste gevallen gelezen worden: 'asput in...'  Alle hier vermelde aantallen joden, levend of dood, zijn op serieus onderzoek gebaseerd, maar geen onderzoeker pretendeert in dezen precieze aantallen te kunnen geven. De aantallen zijn naar beste kunnen en weten. Het Vernichtungslager Sobibor is na de gevangenenopstand in oktober 1943 met de grond gelijk gemaakt en zo veel mogelijk bewijsmateriaal over het bestaan van Sobibor is door de SS vernietigd. Auschwitz is bij de nadering van het Russische Rode Leger door de SS vanaf november '44 geleidelijk buiten gebruik gesteld: de gaskamers werden gesloten en opgeblazen, zoveel mogelijk joden werden weg gevoerd en/of vermoord, bewijsmateriaal werd verbrand. In januari '45 trok het Rode Leger het kamp in.

Van 1931 tot 1939 steeg het aantal joodse ingezetenen in Nijmegen van 462 naar 553. Van 544 in 1940 daalde het aantal tot 26 in 1945( gegevens Nat. Bevrijdingsmuseum Groesbeek). Voor de jodenjacht stelde de SS-er Antoine van Dijk, in september 1941 tot commandant benoemd van het Nijmeegse politiekorps, een aparte afdeling in, de "Politieke Dienst" genoemd, die uitsluitend fanatieke NSB-ers en overtuigde Nazi's zou herbergen zoals J.W.(Johannes) van Elferen, Willem Kaal, J.A.(Jacob) de Ruiter, Marinus Verstappen, G.W.(Willem) Wanders en A.H.(Anton) Wiebe. Voor elke gevangen jood kregen ze een premie, variërend van 7 tot 40 gulden. Van Dijk werd door het verzet geliquideerd. Zijn functie werd over genomen door de SS'er Johannes van Aperen. De  jodenjagers zijn na de oorlog voor hun misdaden berecht.

Zie Frank M. Eliëns, Nijmegen tussen bezetting en bevrijding, Zaltbommel 1995, p. 48 -68 ( met namenlijst van de omgebrachte joden en toelichting); Jozeph Michman e.a., Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, Antwerpen-Amsterdam 1985, p. 171-210, 477-482;   H.D. van den Bergh, Onse Joeden: Nijmegen en de geschiedenis van haar joden, Zaltbommel 2002; G.Thuring, Ereveld Vredehof, Groesbeek 2010, p. 36; www.joodsmonument.nl ; Ad van Liempt e.a., Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie, Amsterdam 2011 [zie onder de bovengenoemde namen van de politiemannen]; Brandpunt TV 2 okt. 2011: "De Jodenjagers van Nijmegen"; Guus Luijters en Aline Pennewaard, In Memoriam. De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen, Amsterdam 2012 (met alfabetisch namenregister, onderverdeling in genummerde transporttreinen en foto's van de slachtoffers), aanvullingen en correcties in Addendum, Amsterdam 2012; Lennert Savenije, "In dienst van de Nieuwe Orde? De Nijmeegse gemeentepolitie onder hoofdcommissaris A.J.M. van Dijk(1941-1943)" in: Jaarboek Numaga 2012,p.63-80

Van juli 1942 tot september 1943 werd er systematische jacht gemaakt op joden. Zij werden gedeporteerd naar Westerbork of Vught en van daaruit tot medio september 1944 merendeels naar de vernietigingskampen. Alleen al op 27 november 1942 werden ca. 90 Nijmeegse joden in Auschwitz vergast. Tussen maart en juli 1943 werden in Sobibor 78 Nijmeegse joden omgebracht. In totaal zijn er meer dan 400 Nijmeegse joden in kampen en gaskamers  vermoord. Er zijn ca. 100 treintransporten gebruikt -- ±70 naar Auschwitz, ±20 naar Sobibor en ±10 naar Theresienstadt of Bergen-Belsen -- om de joden te vernietigen.

 De systematiek in de Vernichtungslager was als volgt: direct na aankomst van elke trein uit Westerbork werden de kinderen met hun moeders - om ze rustig te houden -, de vijftigplussers en de zieken-en-zwakken naar de "doucheruimtes" (lees:gaskamers) gedreven. De overgebleven mannen en vrouwen werden van een kampnummer voorzien en als slavenarbeiders afgebeuld tot de dood erop volgde, al of niet in de gaskamers.

Voor 'begraaflocatie' moet in de meeste gevallen gelezen worden: 'asput in...'  Alle hier vermelde aantallen joden, levend of dood, zijn op serieus onderzoek gebaseerd, maar geen onderzoeker pretendeert in dezen precieze aantallen te kunnen geven. De aantallen zijn naar beste kunnen en weten. Het Vernichtungslager Sobibor is na de gevangenenopstand in oktober 1943 met de grond gelijk gemaakt en zo veel mogelijk bewijsmateriaal over het bestaan van Sobibor is door de SS vernietigd. Auschwitz is bij de nadering van het Russische Rode Leger door de SS vanaf november '44 geleidelijk buiten gebruik gesteld: de gaskamers werden gesloten en opgeblazen, zoveel mogelijk joden werden weg gevoerd en/of vermoord, bewijsmateriaal werd verbrand. In januari '45 trok het Rode Leger het kamp in.

Van 1931 tot 1939 steeg het aantal joodse ingezetenen in Nijmegen van 462 naar 553. Van 544 in 1940 daalde het aantal tot 26 in 1945( gegevens Nat. Bevrijdingsmuseum Groesbeek). Voor de jodenjacht stelde de SS-er Antoine van Dijk, in september 1941 tot commandant benoemd van het Nijmeegse politiekorps, een aparte afdeling in, de "Politieke Dienst" genoemd, die uitsluitend fanatieke NSB-ers en overtuigde Nazi's zou herbergen zoals J.W.(Johannes) van Elferen, Willem Kaal, J.A.(Jacob) de Ruiter, Marinus Verstappen, G.W.(Willem) Wanders en A.H.(Anton) Wiebe. Voor elke gevangen jood kregen ze een premie, variërend van 7 tot 40 gulden. Van Dijk werd door het verzet geliquideerd. Zijn functie werd over genomen door de SS'er Johannes van Aperen. De  jodenjagers zijn na de oorlog voor hun misdaden berecht.

Zie Frank M. Eliëns, Nijmegen tussen bezetting en bevrijding, Zaltbommel 1995, p. 48 -68 ( met namenlijst van de omgebrachte joden en toelichting); Jozeph Michman e.a., Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, Antwerpen-Amsterdam 1985, p. 171-210, 477-482;   H.D. van den Bergh, Onse Joeden: Nijmegen en de geschiedenis van haar joden, Zaltbommel 2002; G.Thuring, Ereveld Vredehof, Groesbeek 2010, p. 36; www.joodsmonument.nl ; Ad van Liempt e.a., Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie, Amsterdam 2011 [zie onder de bovengenoemde namen van de politiemannen]; Brandpunt TV 2 okt. 2011: "De Jodenjagers van Nijmegen"; Guus Luijters en Aline Pennewaard, In Memoriam. De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen, Amsterdam 2012 (met alfabetisch namenregister, onderverdeling in genummerde transporttreinen en foto's van de slachtoffers), aanvullingen en correcties in Addendum, Amsterdam 2012; Lennert Savenije, "In dienst van de Nieuwe Orde? De Nijmeegse gemeentepolitie onder hoofdcommissaris A.J.M. van Dijk(1941-1943)" in: Jaarboek Numaga 2012,p.63-80

Lees meer




Voor andere personen bij deze gebeurtenis kies:

01 Vervolgingsslachtoffers

Meer dan een naam dankzij u. Heeft u informatie over of foto’s van personen op deze site, stuur deze dan naar ons via contact.