1940
-
-
-
-
1941
-
-
-
-
1942
-
-
-
-
1943
-
-
-
-
1944
-
-
-
-
1945
-
-
-
-
> 1945
-
-
-
-

H. Vliegtuigcrashes

op 26 mei 1943

Ronald William Pittard

 

Ronald Pittard kwam uit Homerton, London (UK).  Hij was in 1943 22 jaar en Sergeant / Flight Engineer in het 15e Squadron van de Royal Air Force Volunteer Reserve. Hij kwam om in de vroege ochtend van 26 mei 1943, toen de Britse bommenwerper Stirling Mk1 bij het Limburgse Grubbenvorst neerstortte, nadat het toestel bij Düsseldorf door luchtafweergeschut was getroffen. Ook twee andere bemanningsleden van dit toestel overleefden de crash niet, te weten de Australische piloot J.O. Wilson en de Britse boordschutter P. Arnott. Zij werden eerst in Venlo begraven en later gezamenlijk herbegraven op de militaire begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen. De vier anderen overleefden de crash wél, maar werden krijgsgevangen genomen.

Bronnen: www.findagrave.com en www.cwgc.orgVerlieslijst 1943, T2379; e-mail van Arjen Kuiken d.d. 1 april 2016. 

 

Persoongegevens

Overlijdensgegevens

Naam:
R W Pittard
Voornamen:
Ronald William
Roepnaam:
Geslacht:
Man
Nationaliteit:
Britse
Geloof:
-onbekend-
Beroep:
Sergeant ( Flt. Engr. ) / Royal Air Force Volunteer Reserve / 1387554
Burgerlijke staat:
-onbekend-
Adres:
Woonplaats:
Londen
 
Geboortedatum:
01-01-1921
Geboortedatum toevoeging:
onzeker
Geboorteplaats:
-Onbekend-
Datum:
26-05-1943
Datum toevoeging:
op 22-jarige leeftijd
Leeftijd:
22 jaar

Plaats:
Grubbenvorst
Locatie:
300 m ten Z van de wegkruising Horst-Venlo en Sevenum-Grubbenvorst
Begraafplaats:
Jonkerbos, grafnr. 24. A. 1.
Omstandigheid:
gesneuveld
 
Categorie:
Militairen: Geallieerd
Dossiernummer:
CWGC-bestand Jonkerbos

1943-05-26 Neerstorten Britse bommenwerper Stirling Mk1 bij Grubbenvorst

Op 25 mei 1943, om 23:20 uur steeg de Short Stirling Mk1 met serienummer BK611 en met de rompcode LS-U op van de thuisbasis Mildenhall (UK). Het toestel telde zeven bemanningsleden en hun doel was het bombarderen van Düsseldorf in het Ruhrgebied. Om ± 01:35 uur, kort voor het doel bereikt was, werd het toestel geraakt door luchtafweer en de twee motoren aan stuurboord zijde vielen stil. De bommenlast werd geloosd en de order "gereed maken om het toestel per parachute te verlaten” werd gegeven. Het toestel vloog nu op 5 mijl ten ZW van Düsseldorf en de stuurboordvleugel stond in brand. Rompschutter B. Seabolt kon zich niet langer bedwingen en sprong uit het toestel. Piloot J.O. Wilson uit Australië zette koers richting thuisbasis. Bommenrichter Patrick Arnott had de plaats naast de piloot ingenomen en fungeerde als 2e piloot. De twee bakboordmotoren liepen nog steeds zonder problemen, maar waren niet in staat het toestel op hoogte te houden. De order "iedereen het toestel verlaten” werd gegeven. Navigator B. Cooper sprong uit het toestel, gevolgd door boordwerktuigkundige R. Pittard. Helaas vloog het toestel al zo laag dat de laatste zijn parachute niet meer kon openen. Om 01:47 uur, in de vroege ochtend van de 26 mei 1943, crashte de Stirling ten NW van Venlo in Grubbenvorst. De exacte crashplaats is: 300 m ten Z van de wegkruising Horst-Venlo en Sevenum-Grubbenvorst. Het toestel sloeg meerdere malen over de kop en werd volledig vernield. Het wrak stond in brand en er ontplofte munitie. Als door een wonder overleefden staartschutter A. Edgeley en radiotelegrafist S. Maxsted de crash. Piloot Wilson, bommenrichter Arnott en boordwerktuigkundige Pittard overleefden de crash niet. Hun stoffelijke resten werden eerst in Venlo begraven en later gezamenlijk herbegraven op de militaire begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen. De vier anderen werden krijgsgevangen genomen.

Bronnen: Verlieslijst 1943, T2379; e-mail van Arjen Kuiken d.d. 1 april 2016.


 

 

Op 25 mei 1943, om 23:20 uur steeg de Short Stirling Mk1 met serienummer BK611 en met de rompcode LS-U op van de thuisbasis Mildenhall (UK). Het toestel telde zeven bemanningsleden en hun doel was het bombarderen van Düsseldorf in het Ruhrgebied. Om ± 01:35 uur, kort voor het doel bereikt was, werd het toestel geraakt door luchtafweer en de twee motoren aan stuurboord zijde vielen stil. De bommenlast werd geloosd en de order "gereed maken om het toestel per parachute te verlaten” werd gegeven. Het toestel vloog nu op 5 mijl ten ZW van Düsseldorf en de stuurboordvleugel stond in brand. Rompschutter B. Seabolt kon zich niet langer bedwingen en sprong uit het toestel. Piloot J.O. Wilson uit Australië zette koers richting thuisbasis. Bommenrichter Patrick Arnott had de plaats naast de piloot ingenomen en fungeerde als 2e piloot. De twee bakboordmotoren liepen nog steeds zonder problemen, maar waren niet in staat het toestel op hoogte te houden. De order "iedereen het toestel verlaten” werd gegeven. Navigator B. Cooper sprong uit het toestel, gevolgd door boordwerktuigkundige R. Pittard. Helaas vloog het toestel al zo laag dat de laatste zijn parachute niet meer kon openen. Om 01:47 uur, in de vroege ochtend van de 26 mei 1943, crashte de Stirling ten NW van Venlo in Grubbenvorst. De exacte crashplaats is: 300 m ten Z van de wegkruising Horst-Venlo en Sevenum-Grubbenvorst. Het toestel sloeg meerdere malen over de kop en werd volledig vernield. Het wrak stond in brand en er ontplofte munitie. Als door een wonder overleefden staartschutter A. Edgeley en radiotelegrafist S. Maxsted de crash. Piloot Wilson, bommenrichter Arnott en boordwerktuigkundige Pittard overleefden de crash niet. Hun stoffelijke resten werden eerst in Venlo begraven en later gezamenlijk herbegraven op de militaire begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen. De vier anderen werden krijgsgevangen genomen.

Bronnen: Verlieslijst 1943, T2379; e-mail van Arjen Kuiken d.d. 1 april 2016.


 

 

Lees meer




Voor andere personen bij deze gebeurtenis kies:

1943-05-26 Neerstorten Britse bommenwerper Stirling Mk1 bij Grubbenvorst

Meer dan een naam dankzij u. Heeft u informatie over of foto’s van personen op deze site, stuur deze dan naar ons via contact.