Duits-Russische oorlog - Oostfront
Duitsland viel in in 1941 Rusland binnen waar het leger na aanvankelijk succes in Stalingrad verpletterend werd verslagen, waarna de Duitse oorlogsmachine werd teruggedrongen.
De Duitse Führer, Adolf Hitler, had al in 1940 besloten de Sovjet-Unie aan te vallen. Verovering van Lebensraum, het uitschakelen van het communisme, onderwerping van de Slavische volkeren en het uitroeien van de joden lagen in lijn met de nazi-ideologie. Een succesvolle uitvoering van Barbarossa zou voor de verdere duur van de oorlog een voldoende aanvoer van graan, olie en grondstoffen veiligstellen. De Sovjet-Unie had weliswaar een groot getalsmatig overwicht in manschappen, tanks en vliegtuigen maar de tactiek van de Blitzkrieg, het snel over grote diepte oprukken met tanklegers, leek een Duitse overwinning te garanderen. Het doel van de operatie was een snelle inname, binnen vier maanden, van een groot deel van het Europese deel van de Sovjet-Unie, het gebied ten westen van de AA-lijn. Dat optimistische doel kon alleen gehaald worden als de Sovjetverdediging steeds verder in elkaar zou storten.
In de eerste weken van de operatie boekten de Duitsers enorme terreinwinst en brachten grote verliezen toe aan het Rode Leger. Het Rode Leger probeerde zelf ook met grote tankeenheden manoeuvrerend een mobiele verdediging te voeren maar bleek daar de bekwaamheid niet voor te bezitten. Grote Sovjetlegers werden omsingeld en vernietigd. Eind juli 1941 hadden de Duitsers de Baltische staten, Wit-Rusland en West-Oekraïne bezet. Toen kwam uit dat de Duitsers het vermogen van de Sovjets om nieuwe troepen op te roepen zeer ernstig hadden onderschat. Het Rode Leger bracht talrijke verse reserves in het veld. De Duitsers waren daarentegen grotendeels door hun munitie en brandstof heen. In augustus bevoorraadden ze zich opnieuw. Het Duitse opperbevel maakte onderling ruzie hoe deze onverwachte situatie moest worden aangepakt. Veel generaals wilden direct oprukken naar het spoorwegknooppunt Moskou maar Hitler beval eerst de grote frontboog die zich bij Kiev had gevormd af te snijden. In september werden daar een half miljoen Sovjetsoldaten omsingeld en verslagen. Begin oktober kon eindelijk de aanval op Moskou van start gaan. Opnieuw omsingelden de Duitsers grote legers maar daarna daalden de temperaturen en liep hun offensief door het onverharde wegennet vast in de modder. Toen het in november licht begon te vriezen en de bevoorrading weer op gang kwam, deden de Duitsers een uiterste poging Moskou nog te bereiken maar hun uitgeputte troepen hadden daar de kracht niet meer voor. Begin december werden ze overvallen door felle koude en moesten onder zware verliezen terugtrekken voor tegenaanvallen door verse Sovjettroepen.
Meerdere Duitsers die in Nederland in de grensstreek en Nijmegen woonden stierven aan de verschillende fronten in Rusland.
Bron: Wikipedia