William Aloysius Casey
Hij was de oudste zoon van John.D Casey en Helen Casey-McNally uit Ridgetown, Ontario. Hij volgde een opleiding voor een functie in de mijnbouw en kreeg werk in de Hollinger Gold Mines in Timmins (Ontario).
Hij meldde zich aan bij de RCAF in juni 1940 en kreeg een opleiding als observer en na verdere training in Engeland werd hij ingedeeld bij het 99e squadron op de basis WaterBeach bij Cambridge als observer-navigator in een Wellington bommenwerper. Bij zijn 21e vlucht naar vijandelijk gebied op 16-17 augustus 1941 werd zijn toestel neergeschoten door een Duits jachtvliegtuig boven Roggel (L). Aanvankelijk werd hij opgegeven als vermist, maar in oktober gaf het Rode ~Kruis door dat er geen overlevenden waren van het toestel. Na deze officiële berichtgeving werd een afscheidsdienst gehouden in de kerk in Ridgetown. Hij was het eerste slachtoffer van de oorlog uit deze gemeenschap.
Aanvankelijk werd hij begraven op het miliotaire kerkhof in Venlo en na de oorlog herbegraven op Jonkerbos War Cemetery. Op zijn graf staat de tekst: HE DIED THAT OTHERS MIGHT LIVE. GREATER LOVE HATH NO MAN THAN THIS
Persoongegevens 
Overlijdensgegevens 
Voornamen:
William Aloysius
Beroep:
Pilot Officer ( Obs. ) / Royal Canadian Air Force / J/3270
Burgerlijke staat:
-onbekend-
Woonplaats:
Ridgetown, Ontario
Geboortedatum:
05-02-1917
Geboortedatum toevoeging:
Geboorteplaats:
Harwich, Ontario, Canada.
Begraafplaats:
Jonkerbos, grafnr. 24. B. 1.
Categorie:
Militairen: Geallieerd